Wasmachine

Een wasmachine wordt gebruikt voor het reinigen van textiel. Dit kan kleding zijn maar ook beddegoed, gordijnen, tafelkleden, matten, enz. Het wasmiddel wordt opgelost in water en door het bewegen van het textiel in het sop wordt het vuil van het textiel losgeweekt. Het water met het vuil wordt enkele malen ververst en tenslotte is er geen vuil en wasmiddel meer in het waswater aanwezig.

Er zijn allerlei manieren om types wasmachines van elkaar te onderscheiden maar de meest voordehand liggende indeling is door een onderscheid te maken in voorladers en bovenladers. Zoals het woord al zegt worden voorladers aan de voorkant van de machine in- en uitgeladen en bovenladers van de bovenkant. Sinds de introductie van de volautomatische wasmachine hebben in Nederland voorladers de voorkeur. Vanuit mechanisch en ergonomisch oogpunt lijkt de bovenlader meer voordelen te hebben dan een voorlader. Voorlader belasten de rug veel meer en zijn om die reden het meest verkochte type wasmachine in landen als de Verenigde Staten en Australiƫ.
In Europa worden bovenladers weinig verkocht en gaat de grote voorkeur uit naar voorladers. Vermoedelijk is het zichtbaar zijn van de was voor veel mensen een doorslaggevend voordeel.

Bij de aankoop van een wasmachine is het belangrijk om op het energielabel te letten. Wasmachines worden vaak gebruikt en verbruiken behoorlijk wat energie. Op het energielabel van een wasmachine vindt u niet alleen informatie over het energieverbruik, maar ook over het waterverbruik en het wasresultaat. De categorieƫn lopen van A tot G, waarbij A het zuinigste is en G het minst zuinige. U kunt ook veel energie besparen door niet lukraak een temperatuur in te stellen maar om de laagst mogelijke temperatuur in te stellen. De wasmiddelfabrikanten proberen wasmiddelen te maken die ook bij lagere temperatuur goed hun werk doen. Tegenwoordig heb je wasmiddelen die al bij dertig graden goed reinigen.

Was moet niet alleen schoon, maar ook behoorlijk droog uit de machine komen. Hoe droog het wasgoed na het wassen uit de wasmachine komt wordt bepaald door het toerental waarop de wasmachine centrifugeert. De prestatie van de centrifuge wordt aangegeven door de centrifugesnelheid en door het droogresultaat. Ook dit droogresultaat wordt aangegeven door de letters A t/m G. Wat betreft het toerental geldt: hoe hoger het toerental, hoe droger de was uit de machine komt. Het verschil tussen 1000 en 1200 toeren is aanzienlijk. Het restvochtpercentage bij 1000 toeren is 58%, bij 1200 is dit 52%. Hoe droger de was uit de wasmachine komt hoe minder werk u heeft met het uiteindelijke drogen hetzij middels een wasdroger hetzij door de was te drogen te hangen. U moet wel altijd oppassen welk toerental u gebruikt in relatie met het type textiel. Niet alle textielsoorten zijn bestand tegen hoge centrifugesnelheden.